Welkom bij suusje




Van Dale zegt:
dienst·baar (bn.)
in ondergeschikte betrekking geplaatst
dienst·baar aan (bn.)
werkzaam in het belang of ter wille van => nuttig


Googlen op 'dienstbaar' geeft al direct een aantal religieuze links. Boeddha, God en Fortuyn. O pardon. Ik zei religieus. Fortuyn had het overigens over 'service'. En niet over dienstbaar. En ik kan me Fortuyn ook helemaal niet voorstellen als dienstbare man. En bij ook bij service denk ik eerder dat hij het verlangde dan dat hij het verleende.

Maar goed. Dienstbaar dus. Als ik het woord hoor, denk ik aan mijn moeder. Mijn moeder die een wolwinkel had en met eindeloos geduld haar klanten te woord stond, met eindeloos geduld kleuren splitszij bij een borduurstramien koos, met eindeloos geduld een patroon veranderde. En dat alles voor een klein salaris, uitgebuit door een, in mijn jeugdige ogen, buitengewoon krenterige baas.
Mijn moeder was dienstbaar. En als ik dan naar de betekenissen in Van Dale kijk, dan was ze dat in beide betekenissen. Ze was in een ondergeschikte betrekking geplaatst. En ze werkte in het belang van, ter wille van, haar klanten. Dienstbaar heeft voor mij vooral met die tweede betekenis te maken. Iemand hoeft niet in een ondergeschikte betrekking geplaatst te zijn om dienstbaar te zijn aan anderen. Een woord wat in gedachten komt is 'serviel'. Waarvan Van Dale zegt: slaafs, kruiperig. Maar dat was mijn moeder niet. Mijn moeder wilde het graag mensen naar hun zin maken. Mijn moeder deed altijd haar uiterste best om een klant tevreden weg te laten gaan. En voorzover ik me kan herinneren is haar dat ook bijna altijd gelukt. OK. Ik geloof niet dat ze erin geslaagd was die ene keer dat ze naar de gang liep en tegen een mevrouw zei: "Mevrouw, ik geloof niet dat ik nog iets voor u kan doen. Het is beter dat u nu weggaat. En als u dat niet uit uzelf doet, dan ga ik nu de bezem pakken." Ik heb geen idee wat die mevrouw misdaan had, maar het moet heel erg zijn geweest. Want mijn moeder was een engel.
 
En ik? Ik lijk op mijn vader. Tenminste: dat zei ik altijd. En ik zei: ik ga later nooit voor zo'n kleine baas werken. Ik ga op kantoor. Ik ga op een groot kantoor. Daar is het tenminste goed geregeld. Maar ik heb natuurlijk mijn leukste jaren doorgebracht in een kleine hotelgiftshop. Werkend voor een klein salaris, uitgebuit door een krenterige baas. Met eindeloos geduld keer op keer uitleggen wat Delftsblauw is en waarom Vermeer in Delft hangt en niet in Leiden.
Dienstbaar dus. Ook mijn kantoorfuncties zijn altijd dienend geweest. Telefoniste, secretaresse, redactie-assistente. Altijd ondersteunende taken. Altijd ervoor zorgen dat iemand anders beter kan functioneren door de dingen die ik voor hem of haar doe. Ervoor zorgen dat anderen excelleren.

En dan komt er een Dom, een Meester en die vraagt me wat ik versta onder het begrip dienstbaar. Want wat ik nog meer met mijn moeder gemeen heb, is onze liefde voor een Dominante man. Mijn vader was geen Dom in de bdsm-zin van het woord. Maar Dominant was hij wel. En ik heb sinds kort een Dom. Een Meester. En dan krijg ik zo'n opdracht. Zo'n opdracht die me met een vaartje terug schiet in mijn jeugd. Me terugbrengt naar de wolwinkel, waar ik mijn moeder over de toonbank gebogen zie staan om iets uit te leggen aan een klant.

En dan moet ik op papier zien te krijgen wat het begrip dienstbaar voor mij betekent. Hoe kan ik uitleggen dat ik adem? Uitleggen dat mijn hart klopt? Uitleggen dat ik leef? Uitleggen dat dienstbaarheid in mijn lijf zit? Uitleggen dat mijn hele wezen dienstbaar is? Dat ik het beste functioneer als ik door Iemand gewaardeerd word omdat ik ervoor zorg dat Hij beter kan functioneren?

Terug naar Van Dale. Van Dale zegt: werkzaam in het belang of ter wille van. Dienstbaar zijn gaat voor mij verder. Dienstbaar zijn betekent: iets doen vóór de wil er is. In een modern jasje heet dat tegenwoordig: pro-actief. Wensen voorkomen. Weten wat Mijn Meester wil en doen wat Hij wil voor Hij mij er om vraagt.
Iets voor iemand doen als hij vraagt of ik het wil doen is makkelijk. Iets doen voor het gevraagd wordt… daar moet je iemand voor kennen, daar moet je iemand voor aanvoelen. Ik ben gelukkig sensitief. Dat helpt.

Sommige mensen zijn buitengewoon onduidelijk in hun signalen. Of geven niet aan wat ze wel of niet prettig vinden. In zo'n geval ga ik uit mezelf dingen doen die geen waardering of afkeuring vinden. En ik blijf proberen, ik blijf zoeken of ik iets vind waarmee ik die ander plezier bezorg. Maar als ik daar geen duidelijkheid in krijg, dan wordt het een soort zwemmen zonder bodem. Dan geeft het mij het gevoel dat ik een bodemloos vat aan het vullen ben. Ik zwem de ene kant op en kom niet aan wal en ik zwem de andere kant op en ik kom niet aan wal. Schoolslag werkt niet, rugcrawl al evenmin. En uiteindelijk word ik helemaal wanhopig omdat ik niet kwijt kan wat ik kwijt wil en omdat ik geen respons krijg op wat ik doe.

Soms ga ik (mede door het voorgaande) te ver in mijn dienstbaarheid. Dan smoor ik iemand in liefde. De Engelsen hebben er twee mooie uitdrukkingen voor: to mother en to smother. Als ik niet oppas sla ik door. Als ik niet oppas ga ik maar door en door en door. Ook met schrijven. Daarom houd ik hier nu mee op.


26 juli 2004, HMMs-sio



terug naar
verhaaltjes

contact